Hoogbegaafdheid


“Een kind is hoogbegaafd, wanneer het op school uitzonderlijke prestaties levert, ofwel in staat moet worden geacht om op school uitzonderlijke prestaties te leveren.”

Dit staat in ons protocol hoogbegaafdheid. Hoogbegaafdheid is aangeboren, vanaf het allereerste begin reageren zij anders dan de gemiddelde mens op de dingen om hen heen. Hoogbegaafdheid op zich veroorzaakt geen problemen. Maar als de hoogbegaafde zich gaat gedragen naar de geldende norm, die vaak ver beneden de eigen norm ligt en zich niet meer volgens zijn eigen tempo kan ontwikkelen, dan kan dit gedwongen aanpasgedrag wel tot grote problemen leiden. Daarom vinden wij het een zorg van school en ouders om al bij inschrijving een goed beeld van de toekomstige leerling te krijgen. 
 

Begeleiding

Bij de begeleiding van begaafde leerlingen kunnen wij op school bij het aanbod van ons onderwijsprogramma aan de volgende onderdelen denken:

  • Aanbieden van leerstof met een hogere moeilijkheidsgraad
  • Meer uitdagende leerstof
  • Aangepaste instructiewijze, d.w.z. minder luisteren, meer doen
  • Rekening houden met grote sprongen in het leerproces
  • Versnellen van de leerling met betrekking tot de lesstof (compacten).

 In de aanpak denken we aan de volgende mogelijkheden:
  • Aanbieden van verbreden, verdiepen, versnellen en compacten
  • Aanbieding van totaal 'andere' leerstof (een ander vak, moet wel door een daarvoor bevoegd persoon worden gegeven)
  • Versnelde overgang naar een hoger cursusjaar (in principe dan voor alle vakken vormingsgebieden). Ook hier streven we er naar in de groepen 1 t/m 4 de versnelling te laten plaatsvinden en in extreme gevallen maximaal twee keer per schoolloopbaan.
  • Zorg dragen voor een goede overgang naar het voortgezet onderwijs.
  • Voor het plan van aanpak hanteren we het flessenmodel ( is een plan van aanpak gericht op de vraag, behoefte en verwachtingen van het kind)
  • Zegge-waterleliegroep, welke op een dagdeel onder deskundige begeleiding werkt aan eigen onderwerpen.

Wij kunnen stellen dat, willen we recht doen aan een optimale ontplooiing van alle kinderen, wij hen een responsieve, rijke leeromgeving moeten bieden. Het team heeft zich onder aansturing van de IB-er en directie inmiddels verdiept in deze problematiek. Uit externe bron proberen we ook aanwijzingen te putten om deze groep kinderen van dienst te kunnen zijn. Elke leerling zal van geval tot geval worden bekeken en de directie maakt de afweging of er in principe verder op de vraag wordt ingegaan.